Bedrijfsruimten en andere objecten

Van courante bedrijfsruimten, zoals winkels en kantoren, wordt de waarde in het economische verkeer bepaald. Veel gebruikers van deze bedrijfsruimten huren de ruimte. Daardoor zijn zeer weinig verkooptransacties beschikbaar als marktinformatie. Beschikbare verkoopprijzen hebben vaak betrekking op de verkoop aan een belegger (al dan niet in verhuurde staat). Voor deze courante bedrijfsruimten komt het "economische verkeer" meer tot uitdrukking in verhuurtransacties dan in verkooptransacties. Daarom bepalen we de waarde van courante niet-woningen meestal op basis van kapitalisatie van de huurwaarde. Gemeenten zijn in het kader van de Wet WOZ verplicht permanent nieuw overeengekomen huurprijzen te verzamelen. Daarmee kunnen we een goede inschatting maken van de huurwaarde.

Voor de niet-courante objecten wordt de WOZ-waarde meestal gebaseerd op de gecorrigeerde vervangingswaarde. Dit geldt zowel voor bedrijfsmatig gebruikte objecten (bijvoorbeeld industriële installaties) als voor publieke objecten (scholen, ziekenhuizen).