Bezwaar en beroep

De waarde van een onroerende zaak wordt bij beschikking vastgesteld. Als u van mening bent dat de waarde op een te hoog bedrag is vastgesteld, moet u binnen zes weken na dagtekening van de aanslag/beschikking bij de heffingsambtenaar van de gemeente schriftelijk bezwaar maken. Wel gelden wettelijke drempels voor het maken van bezwaar. Voor meer informatie over de wettelijke drempels, klik hier.

U kunt ook bezwaar maken als u vindt dat de aanslag/beschikking niet voor u is bestemd of als u vindt dat de onroerende zaak niet goed is aangeduid. Op een bezwaarschrift wordt altijd schriftelijk uitspraak gedaan. Bent u het niet eens met de uitspraak, dan kunt u daartegen beroep instellen bij de rechtbank. Bij het instellen van beroep moeten griffierechten worden betaald.

Indien door een uitspraak op bezwaar of door een uitspraak van de belastingrechter de waarde van een onroerende zaak wordt verlaagd, geldt deze lagere waarde voor alle belanghebbenden bij de onroerende zaak. Een voorbeeld: de huurder van een bedrijfspand dient een bezwaar in tegen de hoogte van de waarde. Hij krijgt gelijk, de waarde wordt lager vastgesteld. De gemeente vermindert vervolgens de WOZ-beschikking "ambtshalve" ook voor de eigenaar. Bovendien worden het waterschap en de Belastingdienst automatisch geïnformeerd.