Wettelijke drempels voor het maken van bezwaar
Wettelijke drempels voor het maken van bezwaar Met ingang van 1 januari 2005 geldt er binnen bepaalde wettelijke grenzen een “vermoeden” omtrent de juistheid van de WOZ-waarde. Als u bezwaar maakt tegen de WOZ-waarde, zal deze waarde slechts door de gemeente worden verlaagd wanneer uit onderzoek is gebleken dat de waardeverlaging de wettelijke marge heeft overschreden.

In de onderstaande tabel kunt u aflezen hoe de wettelijke marge is vormgegeven.


De waarde van uw object Drempelpercentage Minimaal drempelbedrag tot € 200.000 5% afwijking van € 200.000 tot € 500.000 4% afwijking met een minimum van € 10.000 van € 500.000 tot € 1.000.000 3% afwijking met een minimum van € 20.000 meer dan € 1.000.000 2% afwijking met een minimum van € 30.000 Voorbeeld: Op uw beschikking staat aangegeven dat de waarde van uw object € 210.000,-- bedraagt. U bent echter van mening dat de WOZ-waarde met € 5.000,-- verlaagd zou moeten worden naar € 205.000,--. De gemeente zal op grond van de wettelijke bepalingen het bezwaarschrift ongegrond verklaren, omdat de waardeverlaging van € 5.000,-- de genoemde marge niet overschrijdt. In het voorbeeld is de marge 4% van € 210.000,-- = € 8.400,--, waarbij het minimum drempelbedrag € 10.000,-- is.